LEES EN WEEG !!!

Meestal worden het preken genoemd, ik kies voor overweging.
Waarom? Omdat 'Preken' in onze taal een negatieve klank heeft.
Omdat 'Overweging' uitnodigt het gehoorde zelf te wegen.

Op deze pagina staan altijd mijn laatste in Oosternijkerk, Nes of Wierum gehouden liturgie en overweging.

 Hieronder lees je de liturgie en overweging van zondag 31 mei.
(leestijd 6-8 min.).
Beluisteren kan ook, klik dan hier.
De volgende liturgie en overweging verschijnen op zondag 14 juni.

 

Verklaring gebruikte afkortingen Bijbels en liedbundels:
ELB = Evangelische Liedbundel
Gez = Gezang X uit Liedboek Voor De Kerken (1973) 
GOZ = Geroepen Om te Zingen

Lfll = Lieten fan leauwe en langstme (2019)
NBV = Nieuwe Bijbelvertaling (2004)
NBV'21 = Nieuw Bijbelvertaling (2021)

NLB = Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk
NPB = Nieuwe Psalmberijming (2021)
Opw = Opwekkingsliederen 
ZG = Zingende Gezegend
  

 
Liturgie

Orgelspel 

  

Mededelingen + aansteken kaars 

- Zingen NLB 280 (De vreugde voert ons naar dit huis) 

Welkom 

Stilte van voorbereiding 

Votum en groet 

Gebed 

 - Zingen NLB 836 (melodie Gez. 463; O Heer die onze Vader zijt) 

Tekst van de week Hnd. 2: 47 (NBV’21) 

    Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. 

Gebed en zang NLB 317 (grote God, Gij hebt het zwijgen)

Schriftlezing Hnd. 1: 4-8 (NBV’21) 

- Zingen NLB 969 (In Christus is noch west noch oost) 

Overweging 

- Zingen NLB 976 (melodie NLB 110; Ons heeft de Heer met liefde…) 

 Lezen geloofsbelijdenis NLB 973 

- Zingen NLB 968: 5 (Met God zijn wij verbonden) 

 Gebed (gezamenlijk OV) 

- Zingen NLB 422 (Laat de woorden die wij hoorden) 

Zegen 

 

Orgelspel



Overweging

Het is Pinksteren geweest. Dat wil zeggen de heilige Geest is uitgestort. Mooi woord vind ik dat: uitgestort. Het betekent dat de heilige Geest niet beetje bij beetje is gekomen. Nee, in z’n geheel, zonder reserves is de heilige Geest gekomen. De Geest die de leerlingen helpt getuigen van Jezus te zijn. 

 

Maar moesten ze eerst op wachten. ‘Ga niet weg uit Jeruzalem,’ had Jezus gezegd voor zijn terugkeer naar de hemel. Blijf daar wachten. Dat hadden de leerlingen gedaan. En nu, nu de heilige Geest is uitgestort kunnen ze op weg gaan en getuigen van Jezus… 

    …in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde. 

Daarom is het nu ook de tijd om over die woorden van Jezus na te denken. Wat houdt het in om getuige van Jezus te zijn? 

 

Laten we nog even teruggaan naar het moment vlak voor de hemelterugkeer van Jezus. Wanneer Jezus zijn leerlingen de heilige Geest belooft en hen op het hart druk daar in Jeruzalem op te wachten, reageren de leerlingen daar nogal vreemd op. Alsof ze Jezus niet gehoord hebben. Toch is dat niet het geval. De leerlingen leefden in de veronderstelling dat Jezus het koninkrijk van God op aarde zou vestigen en daarbij Israël zou bevrijden van zijn vijanden. Met de opstanding van Jezus en het gebod in Jeruzalem te blijven wachten op de heilige Geest, zagen zij hun verwachting in vervulling gaan. Die nieuwe tijd zal nu aanbreken. Dus vragen zij hoopvol: 

    ‘Heer, gaat U dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’ 

Het antwoord van Jezus is duidelijk: 

    ‘Het is niet aan jullie om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de
    tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden.
 


‘Houd je niet bezig met de dingen van God,’ zegt Jezus. ‘Jullie moeten je op andere zaken richten, namelijk getuige van mij zijn.’ Dat is een duidelijke uitspraak van Jezus. De leerlingen moeten zich niet bezighouden met toekomstige dingen, maar in het hier en nu van Jezus getuigen. 

 

Dat bezighouden met de toekomst, later verworden in een leer omtrent de eindtijd en de wederkomst van Jezus, is niet waar het om gaat. Natuurlijk mogen we de komst van Jezus verwachten. Ook de eerste gemeente was vol verwachting en leefde zelfs in vertrouwen op een spoedige terugkeer van Jezus. Toch is dat niet de primaire bezigheid van de leerlingen en de kerk. 

 

Om een klein uitstapje te maken, over het algemeen mis ik de barmhartigheid bij degenen die druk bezig zijn met het ‘eindtijd en wederkomst denken.’ Dat is een denken over eeuwig heil en eeuwige verdoemenis. Wie in Jezus gelooft is gered, wie niet gelooft is verloren. 

Ik denk, als je er zo van overtuigd bent dat de tijd kort is, zeg je baan op en ga de straat op. Roep de mensen op tot inkeer, want het gaat immers om een eeuwig lot. Als je gelooft in dat dubbele oordeel, ben je onbarmhartig wanneer het je niet tot daden aanzet. Je mag geen Jona zijn die vanaf de berg zit kijken hoe God Ninevé met grond gelijk zal maken. 

 

Het mag duidelijk zijn, ik zit niet op dat geloofsspoor. Ik geloof niet in een dubbele eeuwigheid van heil en verdoemenis. Dat is volgens mij ook niet het evangelie van Jezus; de goede boodschap waar wij getuige van moeten zijn. 

 

Het evangelie volgens Marcus begin met de woorden (Marcus 1:1): 

    Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God.  

Evangelie, dat betekent ‘goed nieuws’. Wat is dan dit goede nieuws? Marcus laat het Jezus zelf zeggen (Marcus 1:15): 

    De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en geloof dit
    goede nieuws.
 

Let op, Jezus zegt er niet bij: zo niet, dan ben je voor eeuwig verloren. 


Wat is het goede nieuws? Wat is het evangelie van Jezus Christus? Dat is het koninkrijk van God. Wanneer we bij Marcus doorlezen over wat Jezus hierover zegt en doet, gaat het over ontferming en barmhartigheid. Twee oude woorden misschien, maar hun betekenis is actueel. 

 

Ontferming en barmhartigheid gaat over omzien naar elkaar. Elkaar ruimte van leven geven. Elkaar het licht in de ogen gunnen. Elkaar toekomst geven. Jezus zocht de mensen op waar velen aan voorbij liepen. Mensen die als onrein werden gezien. Mensen die veracht werden. Mensen die buiten de geestelijke boot vielen. Hoor wat de religieuze leiders de leerlingen verontwaardigd over Jezus toeroepen (Marcus 2: 16): 

    Eet hij met tollenaars en zondaars? 

 

De andere evangelisten volgen Marcus in dit evangelie. Ook zij verhalen over Jezus’ omgang met de mensen die niet meetelden. Naar onze tijd vertaald zou dat betekenen dat Jezus te vinden is in het asielzoekerscentrum in Ter Apel. In de nachtopvang van het Leger des Heils. Hij komt bij mensen thuis die door ziekte of handicap in eenzaamheid verkeren. Zoals de man in badhuis Betzata met zijn hartenkreet (Johannes 5:7): 

    Er is niemand die mij helpt! 

 

Daar, waar niemand is, daar is Jezus. 

Daar, waar hulp om religieuze opvattingen verboden is, daar is Jezus. 

Daar, waar omzien om politieke redenen crimineel is, daar is Jezus. 

 

Matheüs eindigt zijn evangelie van Jezus met wat wij het zendingsbevel zijn gaan noemen (Matheüs 28: 19-20). Het had de tekst van de week kunnen zijn. Net als Lucas roept Jezus daarin zijn leerlingen op om alle volken tot leerlingen van hem te maken door hen te dopen en… 

    hen te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. 

 

Het evangelie dat Jezus verkondigde en leefde is het koninkrijk van God. Het rijk waarin geleefd wordt zoals God dat voor ogen had en heeft. Dat koninkrijk is niet ergens in de toekomst te verwachten, nee, het is ‘nabij’, zegt Jezus. Dat koninkrijk wil heel concreet in het hier en nu gestalte krijgen. Getuige van Jezus zijn is handen en voeten geven aan dit koninkrijk van God. 

 

De eerste gemeente had dat goed begrepen. Over deze gemeente lezen we dat ze hun eigendommen en bezittingen verkochten en de opbrengsten verdeelden onder degenen die iets nodig hadden. Die verkoop zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met de spoedige verwachting van Jezus’ terugkeer waardoor aardse zaken er niet meer toe doen. Waar het echter om gaat is dat de opbrengsten niet bij de leidinggevende apostelen bleef hangen, wat heel verleidelijk zou zijn geweest. Nee zij deelden het geld met degenen die het nodig hadden. Diaconie is kerkelijk getuigenis! 

 

Dagblad Trouw organiseert zaterdag 13 juni de ‘Dag van de durf’. In de krant laten ze gasten op het festival vertellen over moderne moed. Eén van die gasten is Saskia Neville, een stuntvrouw. Wanneer haar gevraagd wordt (Trouw, 27 mei): 

    Weke moed is nodig in de samenleving? 

Antwoordt zij: 

    We worden allemaal steeds egoïstischer en de samenleving beloont dat. Daarom is
    moed nodig om voor elkaar op te komen en voor solidariteit te gaan, ook als dat niet
    verwelkomd wordt.
 

In dit antwoord klinkt zondermeer de opdracht van Jezus door: Wees mijn getuige’. 

 

Als leerlingen van Jezus is het de taak van de kerk is om getuige van Jezus te zijn. Daar gaat het om. Wat Jezus gezegd en gedaan heeft is goed nieuws (evangelie) voor alle volken. Zo goed dat het uitnodigt om hem daarin te volgen. Niet voor niets lezen we in Handelingen over de diaconale hulp van de eerste gemeente: 

    Zij stonden in de gunst bij het hele volk. 

 

De kerk hoeft mensen niet te redden van hun ondergang; dat wil zeggen, zending bedrijven vanuit de gedachte dat mensen zonder Jezus verloren gaan. Zoals gezegd, ik geloof daar niet in. De redding van heel de mensheid is door God in Jezus gebeurd. Zijn woorden ‘Vader, vergeef het hen’, gelden voor de mens van alle tijden en plaatsen. Dat is het geweldige en goede nieuws (evangelie) voor de wereld. God heeft ons vergeven want Hij is met ontferming en barmhartigheid bewogen. 

 

Ik vind het ook een bevrijdende gedachte dat Gód de mensheid heeft gered. Want wanneer de redding van mensen in handen van de kerk ligt, schiet de kerk immers altijd te kort. Dan zou het de kerk, en dat is niet het instituut, maar dat zijn wij naar Jezus Christus genoemden: christenen, dan zou het ons aan te rekenen zijn dat mensen verloren gaan. Die verantwoordelijkheid hebben wij niet. Al was het alleen al omdat de kerk pas laat op het wereldtoneel verschenen is. 

 

Als van Jezus getuigende kerk bidden wij voor een wereld die dat zelf niet doet. Bidden wij voor mensen die zelf de woorden niet weten, kunnen of willen vinden. Bidden wij voor mensen die aan God en zijn gebod voorbijgaan. 

    God, laat geen mensenkind 

    uit uw ontferming vallen. 

    Weer met uw ruime hart 

    het kwade van ons allen. 

 

En vanuit dat gebed leven we met ontferming en barmhartigheid bewogen het koninkrijk van God tot hoop en zegen voor de wereld. 

 

Amen 

 



 


 



   




 

 


terug naar home