LEES EN WEEG !!!

Meestal worden het preken genoemd, ik kies voor overweging.
Waarom? Omdat 'Preken' in onze taal een negatieve klank heeft.
Omdat 'Overweging' uitnodigt het gehoorde zelf te wegen.

Op deze pagina staan altijd mijn laatste in Oosternijkerk, Nes of Wierum gehouden liturgie en overweging.

 Hieronder lees je de liturgie en overweging van zondag 5 juli (leestijd 6-8 min.).
Beluisteren kan ook, klik dan hier.
De volgende liturgie en overweging verschijnen op zondag 2 augustus.

 

Verklaring gebruikte afkortingen Bijbels en liedbundels:
ELB = Evangelische Liedbundel
Gez = Gezang X uit Liedboek Voor De Kerken (1973) 
GOZ = Geroepen Om te Zingen

Lfll = Lieten fan leauwe en langstme (2019)
NBV = Nieuwe Bijbelvertaling (2004)
NBV'21 = Nieuw Bijbelvertaling (2021)

NLB = Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk
NPB = Nieuwe Psalmberijming (2021)
Opw = Opwekkingsliederen 
ZG = Zingende Gezegend
  

 
Liturgie

Orgelspel 

  

Welkom en Mededelingen KR 

- Zingen NLB 84: 1 en 2 (Hoe lieflijk, hoe goed is mij, Heer) 

Stilte van voorbereiding 

Votum en groet 

Gebed 

- Zingen SOW 120 (Groot is uw trouw, o Heer) 

Tekst van de week  (NBV’21) 

- Zingen GOZ 128 (Woord dat ons oproept om te leven)

Schriftlezing Ruth 1: 16-22 (NBV’21) 

- Muziek Stef Bos met ‘Lied van Ruth’

Verkondiging 

- Zingen NLB 904: 1, 4 en 5 (Beveel gerust uw wegen) 

Belijden van het geloof, lezen NLB 981

- zingen NLB 985 (Heilig, heilig, heilig, hemelhoog verheven) 

Gebed 

- Zingen NLB 704 (Dank, dank nu allen God) 

Zegen 

  

Orgelspel



Overweging
   

    Noem me niet Naomi, noem me Mara, want de Ontzagwekkende heeft mijn lot zeer bitter gemaakt. 

Met die verongelijkte woorden keert Naomi terug op haar geboortegrond. Dat had ze zo’n tien jaar gelden verlaten vanwege een hongersnood. Zo lezen we in het begin van het boek Ruth. Met haar man en twee zonen woonde ze in Bethlehem, in Juda. Lang was het leven daar goed. Bethlehem deed haar naam eer aan, want de naam betekent Broodhuis. Dat was het ook. Maar op een gegeven moment niet meer. Een hongersnood dreef haar met haar man en kinderen naar het gebied van de Moabieten. 

 

Als vreemdelingen vestigden zij zich in dit onbekende gebied. Daar in de vreemde werd het leven niet beter. De honger was misschien gestild, maar daar hield het ook mee op. Na enige tijd stierf haar man. Met twee zonen bleef zij over. Die moesten nu de kost verdienen. Beide zonen trouwden met een vrouw uit het volk van de Moabieten. De ene vrouw heette Orpa, de andere Ruth. Het leven leek een positieve wending te krijgen. Helaas was dat niet het geval. Beide zonen stierven ook. Naomi bleef achter met haar beide schoondochters. 

 

Wat de oorzaak was waaraan haar man en zonen stierven, vertelt het verhaal niet. Is waarschijnlijk ook niet belangrijk voor het verhaal. Waar het om gaat is dat Naomi veel leed te verduren kreeg. Leed waarvan ze God de schuld geeft. Dat blijkt immers uit haar reactie. Of die reactie terecht is, vertelt het verhaal niet. Ook dat doet er niet toe. Feit is dat ze het zelf zo ervaren heeft. 

 

Naast het verlies van geliefden hebben ze alle drie ook te maken met verlies van toekomst. Geen man, geen zonen betekent ook dat hun toekomst op het spel staat. Hun familielijn zal niet worden doorgegeven. Dat voelde in die tijd alsof het leven ten einde kwam. 

 

Wanneer Naomi hoort dat de hongersnood in Bethlehem voorbij is, besluit ze terug te keren naar haar geboortegrond. Samen met Orpa en Ruth, de beide schoondochters, gaat ze op reis. Terwijl ze onderweg zijn bedenkt Naomi dat wat voor haar een terugreis is voor haar beide schoondochters emigreren betekent. Mag ze dit van hen vragen? Ze vindt van niet en besluit hen terug naar huis te sturen. ‘Ga niet met mij mee, bij mij heb je geen toekomst. Ga terug naar jullie volk en zoek daar een nieuwe echtgenoot. Mijn lot is te bitter voor jullie.’ 

 

Eerst willen ze allebeide niet luisteren. Dan besluit Orpa toch gehoor te geven aan de woorden van Naomi. Zij keert terug. Ruth wil echter van geen wijken weten. Zij is vastbesloten bij Naomi te blijven. 

    Vraag mij niet langer u te verlaten. Waar u gaat, zal ik gaan, waar u slaapt zal ik slapen; uw volk is mijn
    volk, en uw God is mijn God. De Heer is mijn getuige alleen de dood zal mij van u scheiden.
 

Zo gingen zij samen verder tot ze in Bethlehem aankwamen. 

 

Daar worden ze vol verbazing ontvangen. ‘Dat is toch Naomi,’ roepen de mensen haar toe. Maar Naomi wil haar naam niet meer genoemd hebben. Ze ver-kiest een andere naam. Naomi is te positief. Past niet bij wat er in de afgelopen tien jaar in haar leven gebeurd is. Mara, ‘bitterheid’, die naam past haar veel beter dan Naomi dat ‘liefelijk’, ‘aangenaam’ betekent. Chaos is haar leven geworden. Bitter. Vooral vanwege de Godverlatenheid. 

    Noem me niet Naomi, noem me Mara, want de Ontzagwekkende heeft mijn lot zeer bitter gemaakt. 

 

In Bethlehem gaan twee vrouwen wonen die alle twee door het leven getekend zijn. Twee heel verschillende vrouwen zijn het. 

Naomi is de oudste. Zij draagt de last van tien jaar rouw en verdriet. Een last die haar van God heeft afgedreven. Zij heeft het gevoel naar een koperen hemel te kijken. Het gevoel dat haar gebeden niet verder reiken dan het plafond. Zij kan de woorden van Job niet opbrengen (Job 1: 21): 

    De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam van de Heer zij geprezen. 

In wat haar overkomen is, kun je je daar ook el iets bij voorstellen. De geloofswoorden van Job klinken ook wel heel hoog gegrepen. Bijna onnatuurlijk. Er kunnen dingen in het leven gebeuren die van het geloof een vloek maken. Die niet rijmen met je geloof in God. Vooral met je voorstelling van God. 

 

Ook Ruth, de jongste van de twee heeft een last van rouw en verdriet. Haar man is jong gestorven. Kinderloos en daardoor ook toekomstloos is ze achtergebleven. Met haar schoonmoeder is ze meegegaan naar een land dat ze niet kent, naar een volk dat ze niet kent; familie en vrienden achter zich latend. Prachtig natuurlijk die enigszins pathetisch aandoende woorden van haar over ‘uw volk, is mijn volk’ en ‘waar u slaapt, zal ik slapen’. Maar ook dat klinkt wel een beetje onnatuurlijk. Toch doet ze het. En misschien wel vanuit een zeker geloofsvertrouwen. 

 

Daarin zit een verschil tussen Naomi en Ruth. Waar Naomi in bitterheid haar levensweg vervolgt, is daar het vertrouwen van Ruth. Zij heeft in de korte tijd van haar omgang met Naomi genoeg over God gehoord om vertrouwen in Hem te hebben. Ondanks dat Naomi niet bepaald een positieve geloofsgetui-ge voor haar is. 

 

    Uw God is mijn God 

zegt ze. Daarmee heeft ze afstand gedaan van haar eigen goden en godsdienstig leven. Ze zet een geloofsstap waarvan ze niet weet hoe die uit zal pakken. Toch heeft ze er vertrouwen in. Haar schoonmoeder mag zich over God beklagen, Ruth doet daar niet aan mee. Vol goede moed gaat ze de onbekende toekomst tegemoet. 

    Zalig hij/zij die durft geloven 

    ook wanneer het oog niet ziet. 

Dat zijn bekende woorden uit een veel gezongen lied. Woorden die je in de mond van Ruth zou kunnen leggen. 

 

We moeten Ruth en Naomi niet tegen elkaar uitspelen. Niet het geloof van Ruth hoger aanslaan dan Naomi. Levensgebeurtenissen tekenen het geloof. Hoewel teleurgesteld is Naomi haar geloof in God niet kwijt. Ze kan het alleen niet op rijm krijgen met wat haar overkomen is. Misschien moet ze haar beeld van God bijstellen. Is God anders dan haar voorstelling van hem. Misschien moet ze ook wel meer geduld hebben met God. Geduld voor handelen van God dat nog komen moet. 

 

Hoe mooi is het voor haar dat Ruth naast haar staat. Dat Ruth als het ware even voor haar gelooft. Naomi mag bitter zijn. Mag teleurgesteld zijn. Maar haar bitterheid, haar teleurstelling wordt gedragen door het geloofsvertrouwen van Ruth. Waar Naomi misschien geen woorden voor een gebed tot God kan vinden, bidt Ruth voor haar. Ook zo gaan zij samen verder. 

 

Ik vind dat een mooie gedachte. Ook passend voor een kerkgemeenschap, voor onze kerkgemeenschap. Ook wij hebben niet allemaal dezelfde manier van geloven. Sommigen zullen zich meer in Naomi herkennen anderen meer in Ruth. Dan weer is het andersom. Hoe mooi is het dan wanneer we voor elkaar kunnen geloven, voor elkaar kunnen bidden. Dat de een de woorden bidt, die de ander niet kan vinden. Dat we elkaar zo dragen in het geloof. 

 

En breder gezien, is dat ook de taak van de kerk in de wereld. Dat de kerk voor de wereld bidt. De kerk moet de wereld niet bij God aanklagen en vragen om zijn oordeel, maar bidden om Gods barmhartigheid voor de wereld. Zoals Jezus bad aan het kruis: 

    Vader vergeef het hen want zij weten niet wat zij doen. 

 

Dat is de taak van de kerk. Bidden voor een wereld die dat zelf niet doet. Voor mensen die het niet kunnen, niet willen of het door omstandigheden verleerd zijn. Niet alleen voor familie, vrienden en gemeenteleden bidden, maar voor heel de wereld. Niet alleen zondags in de kerk, maar ook thuis. 

 

Ruth droeg Naomi door een moeilijke tijd heen. Zo mogen wij elkaar dragen. Soms ben jij degene die draagt, soms ben jij degene die wordt gedragen. We weten immers niet hoe het leven verloopt, hoe het geloofsleven verloopt. Soms ben je Ruth, soms ben je Naomi. 

 

Wanneer we het verhaal van Naomi en Ruth verder lezen blijkt er langzaam een keer in het geloof van Naomi te komen. Langzaam maar zeker keert haar geloofsvertrouwen weer terug. Wanneer Ruth te maken krijgt met Boaz, een familielid van Naomi haar man, gloort het aan de donkere toekomst van hen beiden. 

 

Aan het einde van het verhaal is Ruth moeder geworden en Naomi, oma. Hun zoon blijkt volgens het geslachtsregister de grootvader van koning David te zijn. Met dat perspectief eindigt het boek Ruth. Een donkere nacht is overgegaan in de dag. 

 

Eind goed, al goed? Misschien is dat te veel gezegd. Wat je vanuit het verleden meedraagt, blijft natuurlijk het heden kleuren. Het Bijbelboek Ruth vertelt een verhaal, een geschiedenis van hoop en vertrouwen houden in God juist als het nacht is. Vertelt van God die moeilijke momenten tot zegen kan laten uitmonden. En hoe goed is het wanneer je je in die moeilijke momenten gedragen weet door mensen om je heen. 

 

Amen 





 


 



   




 

 


terug naar home