Sinds januari 2021 schrijf ik één keer in de vier weken een column in
Deze columns verschijnen onder de titel MIJmerij in de vrijdageditie.
Samen met nog drie collega's schrijven we wekelijks over kerk, geloof en samenleving.
Hieronder lees je mijn column van vrijdag 8 mei (leestijd 2 minuten)
(De eerstvolgende verschijnt op vrijdag 5 juni)
Het goede kiezen
In de Bijbel staat een verhaal waar wij onze ‘werken van barmhartigheid’ aan te danken hebben. Je kunt het vinden in Mattheüs 25. Hoe waardevol die werken ook zijn, het verhaal zelf is eigenlijk een oordeelstekst. Een tekst waarin het goede wordt beloond en het kwade bestraft. Het is een verhaal door Jezus vertelt en gaat over het einde der tijden. Eens zal het moment komen: het oordeel over mensen die het goede verkiezen en mensen die het kwade verkiezen. Dat is een moeilijke beslissing. En die hoeven wij niet te maken. Gelukkig maar, denk ik daarbij. Het uiteindelijke oordeel zal door God geveld worden. Vertrouwend dat Hij rechtvaardig is en rechtvaardig handelt moeten we dat oordeel ook maar bij Hem laten. Bij de werken van barmhartigheid gaat het om voor elkaar zorgen, elkaar bemoedigen, elkaar niet vergeten. Kortom liefdevol naar elkaar omzien. Wij mensen zijn kwetsbaar. Er kunnen dingen gebeuren die een aanslag op je leven en levensgeluk zijn. Voor je het weet ben je zelf ziek of heb je honger of dorst. Kunnen er omstandigheden zijn waarin je gevangengenomen wordt. Of ben je op de vlucht geslagen en hoop je op een gastvrij onthaal in een vreemd land. Zoiets is niet ondenkbaar. Afgelopen dinsdag vierden we 81 jaar bevrijding. De dag ervoor stonden we stil bij het grote leed van de oorlog. Mensen hadden honger. Mensen waren op de vlucht. Mensen werden gevangengenomen. Mensen werden gedood. De toekomst van velen viel in duigen. Een moorddadig regime bracht het onmenselijke naar boven. Dat gebeurde toen, maar gebeurt vandaag nog steeds. Waar het kwaad zich zo manifesteert, blijken er echter ook mensen van goede wil op te staan. Komen de werken van barmhartigheid als vanzelf bovendrijven. Nee, dat zeg ik verkeerd, niet ‘vanzelf’. De werken van barmhartigheid vragen om moed. Ze gaan immers vaak tegen de heersende tijdgeest in. Ze vragen om vertrouwen dat het goede het waard is om voor te leven… en te sterven. Dat omzien naar elkaar beter is dan elkaar vernietigen. Boeiend aan de tekst van Jezus is, dat er niet gekeken wordt naar geloof. Mooie geloofsbelijdenissen, hoe waardevol ook, vormen geen betere wereld. Het komt op daden aan. Dat je het goede doet omdat het goed is. Dan blijk je zonder het te weten Jezus zelf te hebben geholpen. En, zegt Jezus, dat zal worden beloond. Met de werken van barmhartigheid laten we elkaar weten dat je er mag zijn. Het zijn werken waarin liefdevol naar elkaar wordt omzien. Werken waarin mensen elkaar toekomst geven.